" Singing Hands "
- Afmetingen:
- 76 x 104
- Verkoopprijs (incl. BTW):
- Prijs op aanvraag
- Matriaal:
- Litho
- Alleen te koop:
- Ja
- Extra informatie:
- Dit werk is voorzien van museum glas.
- Prijs op aanvraag
Appel ontmoet in de jaren 1940 – 1943 tijdens zijn opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam Corneille. In 1946 reisde hij met hem naar Luik en exposeerde in 1947 samen met hem. Met Corneille maakte hij eveneens een reis naar Parijs. Bij terugkeer leerde hij. Constant kennen en in 1948 exposeerde zij gedrieën in Amsterdam. Op 16 juli 1948 richtten Appel, Corneille en Constant samen met Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Jan Nieuwenhuys (de broer van Constant) de Nederlandse Experimentele Groep op.
Appel is op 8 November 1948 medeoprichter van COBRA. Waarschijnlijk is hij in Nederland het meest bekende lid van de beweging. Hij werd vooral beroemd om zijn credo “Ik rotzooi maar wat aan.” Zijn werk veroorzaakt in de Nederlandse kunstwereld van de veertiger en vijftiger jaren veel deining. Zo bracht zijn wandschildering “Vragende kinderen” uit 1949 in de kantine van het Amsterdamse stadhuis een waar schandaal teweeg. Op aandringen van verontwaardigde ambtenaren werd deze ‘twist-Appel’ zelfs door de gemeente bedekt en ging het kunstwerk aldus tien jaar lang schuil achter het behang.
Appel heeft altijd de oproep tot directe expressie in verf voorgestaan,
Meer dan de door Constant bepleite marxistische analyse van de westerse beschaving. Aan de theoretische pamfletten van Constant en Dotremont heeft hij dan ook nooit veel aandacht aan besteed. In de COBRAjaren schilderde hij in felle kleuren en in simpele vormen en stevige lijnen vriendelijke onschuldige kindwezen en fantasiedieren. Ook na het uiteenvallen van COBRA heeft hij de gevoelsmatige benadering van zijn onderwerp weten te behouden. In de jaren vijftig ontwikkelde hij een steeds heftiger schildertrant; lijn en kleurvlak smolten samen in een bewogen verfmassa. Naast schilderen heeft de veelzijdige Appel zich ook bezighouden met het maken van assemblages en beeldhouwwerk en het schrijven van gedichten.
In 1953 was zijn werk te zien op de Biennale van Sao Paulo en in dat jaar had hij tevens zijn eerste grote solotentoonstelling. In 1954 kreeg hij solotentoonstelling in Parijs en New York. Deze markeerden het begin van een internationale carrière.
Citaat:
“Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd”